|
THE WORLD OF ZEBRAFINCHES ***** Belgische Zebravinken Club ***** |
|
|
BASISKLEUREN of KLASSIEKE KLEUREN
Vooraleer we
alle mutaties en combinaties op u loslaten bij onze zebravink willen we eerst
iets verduidelijken. Als we de reacties van vele kwekers en keurders bundelen
dan begint de kleurherkenning bij de zebravink zeer moeilijk te worden, deze
reacties doen ons denken aan het glazen doolhof op de kermis. En Deze pagina wil een gids zijn bij de tocht door mutaties en combinaties. op de pagina's vererving en vederstructuur heb je de basis gelegd om verder te gaan. Bij de zebravinken spreken we van kleurslagen. Een kleurslag kan dus een basiskleur zijn of een combinatie van een basiskleur met één of meerdere mutaties. Hier zijn reeds de eerste begrippen gevallen die een verdere uitleg nodig hebben. En het moeilijkst bij alles wat je aanleert zijn de basisbegrippen. Men weet niet waarop men zich moet baseren, men ziet de bomen niet meer door het bos. Dit bos gaan we verdelen in partijen. We kunnen al onmiddellijk beginnen met het bos te splitsen in twee delen want iedere kleurslag is ofwel in te delen in een grijze reeks of een bruine reeks. Iedere kleur, behalve wit, heeft als extensie in de naam grijs of bruin, we spreken dus van witborst bruin of witborst grijs. Internationaal is afgesproken om deze extensie op het laatst te zetten. het verschil tussen grijs en bruin is de vorming der eumelanine en dat heb je bij vederstructuur gelezen. Als je het verschil tussen grijs en bruin begrijpt ben je al heel ver en is de basis gelegd. We kunnen nu verder gaan door te zeggen dat de kleur van de bevedering van onze zebravink gevormd wordt door kleurvelden en tekeningvelden. Kleurvelden zijn rugdek, vleugeldek, buik, wangen, flanken, enz. Tekeningvelden zijn oogstreep, snavelstreep, zebratekening, staartblokken, enz. Alle bestaande mutaties, behalve kuif en geelsnavel, hebben nu invloed op deze genoemde veervelden. De eerste twee mutaties die gaan vermelden hebben alleen invloed op kleurvelden, de tekeningvelden blijven onaangetast. Het zijn de bleekrug en de masker mutaties. Vermits we reeds weten dat we steeds een grijze en een bruine versie hebben verkrijgen we bleekrug grijs, bleekrug bruin, masker grijs en masker bruin. Bij deze vier kleurslagen, samen met de kleurslagen grijs en bruin, blijft het aantal pigmentkorrels onaangeroerd. Het zijn dus kwalitatieve reducties en geen kwantitatieve. De vererving van deze zes kleuren ten opzichte van mekaar is geslachtgebonden en om al deze reden noemen we ze de basiskleuren of klassieke kleuren. Bij onze grijzen, die
we vragen voor de show, behouden we de eigenschap van maximaal
eumenalinebezit. We blijven dus zeer donker gekleurde vogels vragen. De
hoeveelheid ph Maar meestal heb je als beginnend liefhebber niet de luxe van zulke TT-vogels te bezitten. Dan moet je dus vogels paren die elk een andere hoeveelheid phaeomelanine laten zien. De kleur van de jongen zal gemiddeld gezien tussen deze van de ouders liggen. Het kan best zijn dat je slechts één vogel bezit met een minimaal phaeobezit en dat je die moet paren aan een partner met een maximaal phaeobezit. Het resultaat hiervan gaat zijn: 100 % maximaal split minimaal phaeobezit. Paring van zo een jong aan de goede grijze ouder geeft reeds 50 % jongen met minimaal phaeobezit. Via selectie en de kennis van deze verervingsuitslagen bouw je dan je stam TT-grijzen op. Kweekadvies:
We
stellen onze koppels zo samen om op lange termijn en dus blijvend goede
grijzen te kweken en paren daarom uitsluitend grijs aan grijs. Beide vogels
liefst in het bezit van zo weinig mogelijk bruin of phaeomelanine. Geen
enkele andere kleurslag komt bij ons in aanmerking om in te kweken in grijs,
alhoewel de verleiding er ook wel eens kan zijn om bleekrug of masker in te
kweken en zodoende al onmiddellijk bij de mannetjes een nagenoeg spierwitte
buik te krijgen.
De
bruinmutatie is als één der eerste mutaties opgetreden bij de zebravinken.
In Australië zou deze mutatie reeds zeer lang in de natuur aanwezig zijn en
waarschijnlijk stammen alle bruinen af vanuit wild gevangen exemplaren. Het gemute Kweekadvies: We leggen ons niet echt toe op de
kweek van TT-bruinen, de bruinen die wij kweken zijn er alleen om andere
kleuren re verbeteren op gebied van keur, maar vooral op gebied van
formaat-model en kopvorm. Als je toch mooie TT-bruinen wil kweken, paar dan
uitsluitend bruin aan bruin. Vroeger probeerde men ook om de
donkerbruine eumelanine maximaal te kweken maar daar is men van terug
gekomen omdat de kleur dan te hard wordt. De mooiste bruinen hebben een
licht gereduceerde hoeveelheid eumelanine. Grijze man tegen bruine pop geeft: grijze mannen split voor bruin en grijze poppen . Bruine man tegen grijze pop geeft eveneens grijze mannen split voor bruin maar ook onmiddellijk bruine poppen.
Bij voornoemde paringen zouden we ook wetensschap kunnen inlassen dat de
eumelanine geslachtsgebonden vererft. Als we een bruine man paren aan een
grijze pop, paren we eigenlijk een mannelijke zebravink waarbij de
eumelanine donkerbruin is aan een vrouwelijk dier waarbij de eumelanine
zwart is. De info der eumelanine ligt op het X-chromosoom zodat we als
dochters voor de volle 100 % vogels gaan kweken met als genetische gegevens
de aanleg om donkerbruine eumelanine te vormen. Dus alle poppen zijn bruin.
De eerste bleekrug werd in 1954 in Zwitserland geboren en de uitingsvorm was
toen vrij donker. Alleen de witte buik gaf aan dat het geen grijzen waren, maar
dat kleine
kleurver Doordat de poppen maar over één X-chromosoom beschikken kunnen ze dus niet split zijn voor de maskerfactor. Het inkweken van de maskerfactor heeft geen zichtbare invloed op de kleur van de poppen. De bleekrugmutatie is een kwalitatieve verliesmutatie, dit betekent dat het aantal aanwezige pigmentkorrels hetzelfde blijft, maar de hoeveelheid kleurstof in die pigmentkorrels sterk zal verminderen. De mutatie heeft zowel invloed op de eumelanine als op de phaeomelanine. Deze twee pigmentstoffen vererven los van elkaar, zo kan de bleekrug grijzen kweken met donkere kleur en lichte wangen en andersom ook. Theoretisch zijn de zakjes met eumelanine voor slechts de helft gevuld met kleurstof, de phaeomelanine wordt voor 30 % gereduceerd. Kweekadvies: Daar de grote kunst bij de kweek van bleekrug grijs er in bestaat een licht rugdek te combineren met donkere wangen en flanken, paar je best een donkere bleekrug grijze man aan een masker pop van het continentale type. Dit geeft als resultaat bleekrug grijzen mannen split voor masker en bleekrug grijze poppen. De omgekeerde paring van masker man aan bleekrug grijze pop zal even goede bleekrug grijze mannetjes geven split voor masker grijs en daarnaast kweek je alleen masker grijze poppen.
Gemakshalve zouden we kunnen
zeggen dat je best datgene wat geschreven is over de bleekrug grijs kan
toepassen op de bleekrug bruin en eigenli Hoe lukte dit Jef De Raedt? Om de beginnen paarde hij verschillende koppels bruin aan bleekrug grijs en omgekeerd. Alle mannetjes hieruit waren phenotypisch grijs, maar genotypisch waren ze gevormd uit bruin en bleekrug grijs en deze factoren waren aanwezig op beide chromosomen van het geslachtschromosoom. Alle paringen met deze mannetjes gaven uitsluitend grijze, bruine en bleekrug jongen. Toen Jef bijna alle hoop opgegeven had, kieperde hij alle vogels in de volière en toevallig zaten daar ook enkele masker bruin popjes tussen en op een avond hing er plots een jong aan de volièredraad dat afweek van de andere vogels, bij controle bleek het inderdaad om een bleekrug bruin jong te gaan. Nog mooier was dat het jong ontstaan was uit de paring van een grijze man split voor bruin en bleekrug grijs aan een masker bruin popje. Bij de vorming van de gameten van het mannetje zijn de twee X-chromosomen van het geslachtschromosoom middendoor gebroken en verkeerd aan elkaar gegroeid, hierdoor kwamen bruinfactor en bleekrugfactor op hetzelfde chromosoom te liggen en waren ze voor eeuwig aan elkaar gekoppeld. Door de paring van een masker bruine pop verkreeg Jef bleekrug bruine mannetjes. Deze eerste individuen zijn de stamvaders van alle bleekrug bruine zebravinken ter wereld. Maar er zijn nog andere aspecten bekend geraakt ivm de bleekrug bruin, Huub Janssen vat dit samen in zijn kweekverslag.
Kweekverslag Huub Janssen (Nederweert):
Er werd mij onlangs gevraagd eens op
papier te zetten hoe ik denk dat de bleekrug bruine het beste gekweekt kan
worden. Al heb ik er momenteel niet erg veel meer zitten denk ik toch voldoende
ervaring te hebben met deze kleurslag om een aantal nuttige tips op papier te
krijgen.
Hier
mijn visie op de bleekrug bruin kweek: Allereerst iets wat niet direct te
maken heeft met deze kleurslag maar ik wil het toch graag nog maar eens
vermelden, gebruik zoveel mogelijk alleen maa
De maskermutatie is en blijft
één der meest populaire kleurslagen bij de zebravink. Er wordt verondersteld dat
de mutatie ontstaan is in 1953. Er is jaren lang gekweekt met
Het rugdek wordt gezien als roomkleurig met een iets grijze waas, dit laatste omdat de reductie van phaeomelanine vererft los van de eumelanine en zou door selectie kunnen teug gebracht worden tot 30 % waardoor de kleur van wangen en flanken op dit ogenblik vrij donker is. Op de foto zie je een koppeltje van 2009, je ziet dat de kwaliteit de laatste jaren vrij stabiel is gebleven, alhoewel de toppers van nu beter zijn.
Kweekadvies Masker grijze zebravinken worden vrij intensief van bevedering gekweekt om de donkere tekening goed te laten uitkomen. Hierdoor is het merendeel van deze vogels aan de kleineren kant. Paring van de masker grijs aan masker grijs is daarom niet aan te raden, tenzij u over een brede basis beschikt en verscheidene paringen kan uitvoeren. Veel kwekers experimenteren dan ook via zwartoog masker grijs. Deze vogels zijn lichter van kleur en tekening, maar meestal bezitten ze een beter formaat, daarom paren veel kwekers een roodoog mannetje aan een zwartoog popje, alle jonge mannetjes zijn dan zwartoog masker grijs split roodoog en de popjes roodoog masker grijs. De laatste jaren brengt de Seffertfactor veel verbetering op gebied van intensiviteit.
Bij deze kleurslag heeft men ook
te maken met de gekoppelde factoren, net zoals bij de bleekrug bruin. Hier heeft
men echter geen pari Kweekadvies Ook bij de maskers zijn de roodogen de mooiste vogels. We kunnen dus verwijzen naar de masker grijs voor wat betreft de vererving der oogkleuren. Bij deze kleur zouden we iets meer in detail gaan voor wat betreft de gereduceerde pigmenten. Als gevolg daarvan is de kleur der papillen in de snavel der jongen vrijwel kleurloos, zodat de ouders de jongen in de nestjes niet vinden om te voederen. Door het steeds donkerder kweken der tekening en de zodoende toenemende hoeveelheid eumelanine is de kleur der papillen ook donkerder geworden zodat dit probleem zich stilaan aan het oplossen is. Ook hier paart men best een schimmel pop met een lichtere kleur aan een donker roodoog mannetje. Besluit: we zijn hier aan het einde gekomen van de grondkleuren of basiskleuren bij de zebravink. Eigenlijk zouden we kunnen stellen dat er maar twee grondkleuren zijn, namelijk grijs en bruin. Iedere kleurslag heeft in zijn benaming als einde grijs of bruin. Omdat de bleekrug- en maskerfactor eigenlijk niets veranderd aan de tekening van de zebravink, maar alleen een kwalitatieve invloed hebben op de pigmenten beschouwen we ze als basiskleuren, in analoog met de kleurkanaries en vele inlandse vogels en parkietsoorten. Bij deze zes kleuren is de tekening onveranderd gebleven plus het aantal aanwezige pigmentkorrels © The World Of Zebrafinches - Jos & Sebastien Libens |
This site was last updated 24/07/2011