|
Vooraleer we de isabel in detail
bekijken zouden wij u graag een beetje voorhistorie meegeven. In 1968 schreef
Wim Beckman al over de isabelfactor en zelfs over de isabel in het bruin en het
grijs. Zes jaar eerder, in 1962, zou de mutatie ontstaan zijn bij Mr.
Broekhuizen en de volgende jaren een kwijnend bestaan leiden. Op een zeker
ogenblik kende men twee types, een licht type met donkere wangen en flanken
(type Norde) en een donkere met lichte wangen en flanken (type Stooter). Het
type Norde viel het meest in de smaak en is de basis van al onze isabellen van
tegenwoordig. Dit type van vogels is ook in België gekomen, maar door het
gebruik van splitvogels bekwam men vogels met een donkere kleur. Verkeerdelijk
is men er toen van uit gegaan dat het over twee verschillende mutaties ging: één
met een gedeeltelijke reductie van eumelanine en een ander met een volledige
reductie. Tevens werd er verondersteld dat beide uitvoeringen een vast
verervingpatroon hadden en een meervoudige mutatiereeks vormden. Kwam daar nog
bij dat men de beide uitvoeringen zowel in het bruin als in het grijs kon
kweken, wat als gevolg had dat men in België vier verschillende uitvoeringen
kende.
Men kende toen de zilver isabel met een volledige reductie van zwarte
eumelanine, de grijs isabel met een gedeeltelijke reductie van zwarte
eumelanine, de crème isabel met een volledige reductie van bruine eumelanine en
de bruin isabel met een gedeeltelijke reductie van bruin eumelanine. Door de
goede samenwerking met de Nederlandse speciaalclub en onder druk van hun
Technische Commissie hebben we in België de donkere variant laten vallen.
Groot was dan ook de verwondering in België toen we begin negentiger jaren te
horen kregen dat net Nederland, de tegenstander van de donkere uitvoering, deze
ging promoten. De reden is dat er bij de vogels met een volledige reductie geen
onderscheid meer is tussen grijs en bruin. Om toch een grijze uitvoering te
hebben is er dan gekozen voor de donkere isabel grijs. Het is dus verkeerdelijk
om te veronderstellen dat isabel alleen in het bruin te kweken is. We weten nu
ook dat de reductie van eumelanine bij de isabel vrij grillig kan verlopen zodat
er zowel lichte als donkere vogels kunnen gekweekt worden. Ook kunnen er jongen
uitrollen met een egaal rugdek en met een vlekkerig rugdek.

Isabel grijs:
Op de foto
hiernaast zien we een isabel grijze man uit 1996; het is een Duitse vogel.
Verkeerdelijk werd er toen bij vermeld dat deze mutatie ontstaan was in
Duitsland, maar dat kon niet want Wim Beckman had ze reeds gekweekt voor hij in
1968 zijn boek publiceerde. In Duitsland is deze kleur nog gekend onder de naam
recessief zilver. Dit omdat de vererving recessief is in de grijsserie. Zoals je
ziet is het een donker vogel met weinig reductie van eumelanine.
Op foto 2 zie je een isabel grijs van Carlo Bakker. Als we beide vogels
vergelijken is er weinig verschil. De bovenste foto is iets te donker en
daardoor lijkt de vogel donkerder. Waarschijnlijk zal de onderste vogel iets
omzoming laten zien en lichtere staartblokken, maar het voornaamste is dat de
mutatie intact gebleven is door de jaren heen. Bij de isabel grijs vraagt men in
Nederland een egaal muisgrijs rugdek, de vog el van Carlo laat dit perfect zien.
Foto 3 laat een Belgische “zilver isabel” zien uit 1984. Ik herhaal de tekst die
we toen als Belgische Technische Commissie bij de foto vermeld hebben: in
Nederland wordt deze vogel gerangschikt onder de miskleuren. In België is men
toleranter en om de kleurslag een kans te geven is er zelfs een kweekrichting
opgesteld. Het is een vogel waarbij de reductie niet volledig is. De kleur van
de kop en het rugdek moet veel lichter en egaler. Ook de tekening in de borst is
te nadrukkelijk aanwezig. De vogel laat ook split zwartborst kenmerken zien in
de flanken.
Vogel 4 laat een vogel zien uit 1990. Het is een zeer lichte isabel grijs van
Luc Pollaris. Luc mogen we terecht bestempelen als de motor achter de isabelmutatie. Vele goede stammen in binnen- en buitenland hebben als stamvogels
nakweek van Luc. Deze vogels maakten toen het mooie weer; het waren meestal
isabel grijze mannen split voor bruin. Hierdoor verkreeg men zeer donkere wangen
en flanken. Isabel mannen in het bruin zullen nooit de kleur laten zien zoals
deze man. Als kweker zal je moeten experimenteren en ontdekken welke de weg is
die jij moet bewandelen om tot TT-exemplaren te komen.
Naar boven
Isabel bruin:
Bij de isabel bruin gaan we ook even
terug in de tijd. Op de eerste foto zie je een pop uit 1988. Deze pop was een
echte topper in haar tijd en ik denk dat ze
zelfs heden ten dage haar ‘mannetje’
zou staan op TT. Deze pop laat een vrijwel volledige reductie zien van
eumelanine in borst en rugdek, een mooie crème buik en lichte wangen. Ook de
staartblokken zijn mooi zichtbaar. Ook op gebied van formaat en model was deze
pop op haar tijd vooruit.
Foto 2 is een isabel bruin mannetje; eveneens een topper. Het is de kampioen van
Veenendaal 1996. Deze vogel heeft een zeer mooi formaat en model, in combinatie
met een zeer egaal en lichtcrème rug- en vleugeldek. Wangen kunnen nog donkerder
maar we mogen ze niet vergelijken met vogels uit de grijs serie.
Veel kwekers paren uitsluitend isabel aan isabel; een iets te donkere aan een
lichte. Als je kweekt via splitten heb je de vererving niet zo goed in de hand
en is de nakweek dikwijls onvoorspelbaar.
Naar boven
Gezoomd:
Als er één mutatie
moet vermeld worden die voor verhitte discussie zorgt dan is het toch wel de
gezoomde. Van deze mutatie was er sprake t oen we in 1992 ons boek voorstelden.
Toen vermeldden we dat ze zou ontstaan zijn bij de Heer Dokkum in Nederland.
Vervolgens was J.D. Meulenbelt ze mee bezig, maar de grootste verdienste gaat
volgens ons naar Pieter van den Hooven. In eerste instantie dacht men dat men te
maken had met donkere isabellen, maar Pieter was de eerste kweker die deze
koppelde aan isabel en onmiddellijk vast stelde dat het om afzonderlijke
mutaties ging want de nakweek was 100 % wildkleur.
De mutatie gezoomd staat dus los van de mutatie isabel, alhoewel de werking vrij
gelijk is. Bij de gezoomde hebben we ook sterke reductie van eumelanine, deze
vererft eveneens vrij grillig. Je kan dus lichte en donkere gezoomde kweken.
Voorkeur gaat uit naar vogels met een licht rugdek omdat hierop de
donkere
omzoming beter tot zijn recht komt. In de vleugels wordt de eumelanine naar de
toppen van de veren geduwd wat ons de omzoming geeft, aan de basis is de veer
vrijwel kleurloos. De pop op de foto laat deze omzoming het best zien, alhoewel
deze nog beter zou uitkomen als het rugdek iets lichter was.
Probleem op dit ogenblik is de herkenbaarheid van isabel grijs en gezoomd grijs.
Beide kleurslagen kunnen licht en donker gekweekt worden. De isabel heeft als
bijkomende moeilijkheidsgraad dat het rugdek egaal moet zijn, dus geen omzoming.
De gezoomde moet die omzoming nu net laten zien. Goede afspraken zijn dan ook
onmisbaar; daarom wordt de isabel grijs egaal muisgrijs gevraagd en de gezoomde
grijs lichtgrijs met een duidelijke omzoming. Wie de foto’s op deze pagina met
elkaar vergelijkt zal zonder meer de duidelijke verschillen kunnen vaststellen
tussen de mutaties.
Naar boven
© The World Of
Zebrafinches - Jos & Sebastien Libens
Deze pagina is
keer bezocht sinds 2 januari 2009.
|