|
WEBMASTERS
LIBENS Jos (°1955 Sint-Truiden):
"Van kindsbeen af ben ik een gepassioneerd vogelliefhebber en tot op heden is
daar weinig aan veranderd. Vele vogelsoorten passeerden dan ook de revue. Alle
mogelijke kleurslagen van kleurkanaries, Engelse grasparkieten, Roseicolli's,
Japanse meeuwen en Chinese dwergkwartels hebben in mijn volières
en broedkooien
mogen vertoeven. Maar je kan je nu eenmaal niet in alles specialiseren; daarvoor is te veel
ruimte, tijd en geld nodig. Daarom besloot ik dus in 1978 om mij volledig toe te
leggen op het kweken van zebravinken. Zebravinken waren toen, en nu nog steeds, relatief goedkope vogeltjes, maar je werd toen niet
echt voor wijs aanzien als je
alleen deze soort kweekte.
Vele kwekers werden toen onterecht op een torenhoog schavot geplaatst omdat ze
erin slaagden dure en kostbare vogels te kweken.
Ik durf echter te stellen dat de prestatie om een topzebravink op de show te
brengen even grote inspanningen en offers vraagt dan om een exemplaar van een
dure vogelsoort op dezelfde show te brengen. Het is prachtig dat
zebravinkenkwekers op de dag van vandaag ook het predicaat "topkweker" kunnen behalen en gerespecteerd
worden in de ornithologische wereld.
Spijtig genoeg was er toen nog niets bekend over deze vogelsoort
en wellicht inspireerde dit mij het meeste om mij toe te leggen op de
experimentele kweek van zebravinken. De basis voor mijn theoretische kennis vond ik in het boek "Pietpraat over
kleurkanaries" van de Nederlander Jan Kuiper. Het merendeel der teksten uit dit
zeer waardevolle en interessante boek kon vertaald worden naar de zebravinken
toe, vooral datgene wat betrekking had op celbiologie en erfelijkheid.
De jaren 1978 en 1979 waren voornamelijk jaren van
experimenteren. Ik vergaarde veel theoretische kennis uit binnen- en
buitenlandse tijdschriften en paste die ook zelf toe in de broedkooien. Deze twee
jaren vormden de brede basis van mijn kennis over zebravinken.
Maar theoretische kennis alleen volstaat niet om enige bekendheid te verwerven; ik wilde trouwens ook mijn kweekresultaten aan de buitenwereld tonen. Dit lukte
al vrij aardig in 1980, want ik speelde op mijn eerste tentoonstelling reeds
clubkampioen bij mijn eigen club "De Nachtegaal Sint-Truiden". In 1981 werd ik
zelfs provinciaal kampioen met een zwartborst bleekrug grijze man in de A-klasse
en met een witte man in de B-klasse. En vanaf toen is het snel gegaan, soms
zelfs een beetje te snel.
Via Frater Roger Willems heb ik mij dan aangesloten bij de
Belgische Zebravinken Club (BZC). Van bij het eerste contact ging een nieuwe
wereld voor mij open. Nooit vergeet ik die eerste Technische Dag in
Sint-Niklaas
in 1981. Ik deed daar nieuwe ervaringen op en dit op een veel hoger niveau. Ik
dacht dat ik goede vogels had totdat ik die vogels zag in de speciaalclub. Toen
besefte ik dat ik nog een aardig tandje moest bijsteken om die kwaliteit te
kunnen
evenaren.
Maar uitdagingen liggen mij nu eenmaal en het tandje dat ik bijgestoken had, zal
voldoende geweest zijn, want in 1984 werd ik opgenomen in de Technische
Commissie van BZC. Ook hier weer op voorspraak van Frater Roger Willems.
In datzelfde jaar hebben we ook met zijn vieren de Limburgse
Zebravinken Club opgericht. De oprichters ervan waren Frater Roger Willems, de
initiatiefnemer, Eric Moens, Ludo Schroyen en ikzelf.
Vier jaar lang heb ik deel uitgemaakt van de Technische
Commissie van BZC. Ik heb er enorm van genoten en ook veel bijgeleerd van de andere
leden. Ik zal de vergaderingen met Gilbert Penninkx, Jan van Looy en Patrick van
Cleemput dan ook nooit vergeten. Het technische niveau op die vergaderingen lag
enorm hoog en leidde uiteindelijk tot het verwezenlijken van de nieuwe standaardeisen van de
BZC.
Eind 1987 werd mij dan gevraagd om mij kandidaat te stellen voor
de functie van Nationaal Voorzitter van BZC. Na overleg met mijn echtgenote, die
toen in verwachting was van Sebastien, heb ik toegezegd en ik heb er tot nu toe
nog geen minuut spijt van gehad.
Van eind 1987 tot begin 1995 ben ik dan Nationaal Voorzitter geweest. Ik had de
eer om vele zaken te mogen bijsturen in het belang van de zebravinkensport in
België. Natuurlijk heb ik dat niet alleen verwezenlijkt; ik beschikte namelijk
over een schare van idealisten rond mij die hetzelfde beoogden: van de zebravink
een volwaardige tentoonstellingsvogel maken.
We mogen terecht fier zeggen dat we daarin geslaagd zijn. De
zebravink van nu is op geen enkel vlak meer te vergelijken met deze van twintig
jaar geleden. Het formaat en model is er, via selectie en verbeterde
voedingsmethoden sterk op vooruit gegaan. Dit heeft wel als nadeel dat de
vruchtbaarheid van de zebravink iets is achteruitgegaan. Voor iedere kleurslag bestaat er nu
ook een welomschreven
standaardeis die ons precies vertelt waaraan een bepaalde kleurslag moet
voldoen. Ook de vererving van alle mutaties is op de dag van vandaag
volledig achterhaald. We weten eveneens wat die mutaties elk apart aanrichten
in de structuur van de bevedering.
Deze opgedane kennis heb ik mogen doorgeven aan mijn oudste zoon
Sebastien. Hij is eveneens een gepassioneerde zebravinkenkweker geworden. Door
het feit dat we allebei verschillende lievelingskleuren hebben, is onze kweek
zeer breedschalig, maar daar hebben we totaal geen spijt van."
LIBENS Sebastien (°1987 Sint-Truiden): "Ik ben eigenlijk op mijn achtste begonnen met het kweken van vogels. Ik zag
toevallig op de markt van Sint-Truiden een koppeltje lutino Roseicolli's zitten
en na lang gezeur
kreeg ik ze dan toch. Het eerste nestje eieren was al onmiddellijk bevrucht, maar
daar bleef het niet bij hoor.
Toen ik tien jaar was, zaten er reeds 24 koppels Roseicolli's in onze
kweekruimte. Maar parkieten maken nogal veel lawaai en daar zijn we dan maar mee
gestopt.
Mijn vader kweekte al die jaren al zebravinken, maar een zebravink was toen net
hetzelfde als een mus voor mij.
In 1997 besloot ik dus uiteindelijk
om te stoppen met
Roseicolli's. Sindsdien is het eigenlijk zo een beetje begonnen voor mij. Het is
vooral dankzij Eric Moens dat mijn interesse aangewakkerd werd.
In 1998 vroeg Eric mijn vader om de catalogus voor de LZC-show te maken en
gedurende die drie dagen in Lummen was ik verloren. Praktisch alle kwekers
stimuleerden mij om met zebravinken te beginnen. En mijn vader hield mij natuurlijk
ook
niet tegen, dat begrijpt u ook wel.
In 1999 deed ik dan voor de eerste keer mee aan de LZC-show. Ik speelde nog wel
kampioen met een pastel bleekrug grijze man. Van geluk gesproken zeker, zal ik
zelf maar zeggen!
Momenteel zijn we al 2006, en we mogen toch wel zeggen dat we
aardig wat prijzen hebben mogen winnen de afgelopen jaren. Sinds februari 2005
heb ik dan ook de functie van LZC-secretaris op mij genomen.
Tot op de dag van vandaag ben ik nog
steeds gefascineerd door
zebravinken en ik hoop dat het zo nog heel lang mag blijven!"
© The World Of
Zebrafinches - Jos & Sebastien Libens
|